Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax & Legal #Fiscaliteit

DAC6
Meest gestelde vragen

dinsdag 27/10/2020
DAC 6 FAQ

De gegevensuitwisseling wordt ingevoerd om elke nationale belastingdienst toe te laten adequaat te reageren op fiscale planning. Dergelijke uitwisseling is evenwel enkel mogelijk als de autoriteiten over de informatie kunnen beschikken. Het is hier dat uw adviseur en uw onderneming zelf bijkomende verplichtingen krijgen.

Wat is DAC6 ?

Met DAC6 wordt de richtlijn (EU) 2018/822 van de raad van 25.05.2018 (hierna: 'DAC6-richtlijn') bedoeld, Deze richtlijn legt aan de belastingautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie een automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot mogelijk agressieve fiscale grensoverschrijdende planningsconstructies op. De richtlijn wijzigt de basisrichtlijn 2011/16 – voor de zesde maal - wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.

Deze richtlijn werd naar Belgisch recht omgezet door de wet van 20.12.2019 (BS 30.12.2019) tot omzetting van de richtlijn 2018/822 (EU) van 25.05.2018 van de raad tot wijziging van richtlijn 2011/16 wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Ook de gewesten nemen ter zake verdere implementatiewetgeving.

In deze FAQ worden basisprincipes toegelicht van deze nieuwe verplichting en hoe u zich als onderneming op deze nieuwe verplichting kan voorbereiden om tijdig compliant te zijn.

Wat zijn de basisprincipes van DAC6?

Geldt dit enkel voor vennootschapsbelasting ?

Nee, DAC6 heeft betrekking op zeer veel verschillende belastingen: de inkomstenbelastingen, de diverse rechten en taksen, de successie- en schenkingsrechten, de registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Wanneer sprake van ‘meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie’ die in het vizier zou kunnen komen?

Er moeten verschillende elementen aanwezig zijn.

Vooreerst moet er sprake zijn van een ‘constructie'. Maar net zoals de meeste begrippen van DAC6, is dit zeer ruim op te vatten. Elke vorm van advies, zelfs een e-mail, kan kwalificeren.

Daarnaast moet voor deze constructie sprake zijn van een  

  • grensoverschrijdend karakter;
  • moet de constructie één of meerdere wezenskenmerken omvatten;
  • en moet nagegaan worden of aan het criterium van de main benefit test voldaan is, als dit criterium van toepassing is.
Wat is ‘grensoverschrijdend’ ?

Om als grensoverschrijdende constructie beschouwd te worden, moet de constructie betrekking hebben op meer dan één lidstaat of een lidstaat en een derde land en ten minste één van de volgende voorwaarden vervullen:

  1. niet alle deelnemers aan de constructie hebben hun fiscale woonplaats in hetzelfde rechtsgebied;
  2. een of meer deelnemers aan de constructie heeft zijn fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan één rechtsgebied;
  3. een of meer deelnemers aan de constructie oefent een activiteit uit in een ander rechtsgebied via een in dat rechtsgebied gelegen vaste inrichting en de constructie behelst een deel of het geheel van de activiteit van die vaste inrichting;
  4. een of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een activiteit uit in een ander rechtsgebied zonder in dat rechtsgebied zijn fiscale woonplaats te hebben of zonder in dat rechtsgebied een vaste inrichting te creëren;
  5. een dergelijke constructie heeft mogelijk gevolgen voor de automatische uitwisseling van inlichtingen of de vaststelling van het uiteindelijk belang.

Kan bijvoorbeeld beschouwd worden als grensoverschrijdend:

  • de fusie tussen twee Belgische vennootschappen van een in het buitenland gevestigde moedervennootschap;
  • de financieringsactiviteit van de groep wordt verplaatst van België naar een andere zustervennootschap in het buitenland;
  • een Belgische vennootschap verleent groepsfinanciering aan een buitenlandse dochtervennootschap;
  • Belgische inwoners richten een buitenlandse vennootschap op om een onroerend goed te verwerven in het buitenland;

Het is echter niet omdat een constructie grensoverschrijdend is, dat deze ook effectief zal moeten gemeld worden. Hiervoor dienen ook de andere criteria aanwezig te zijn.

Wat is een ‘wezenskenmerk’?

Zelfs als een constructie grensoverschrijdend is, zal ze pas te melden zijn indien er een ‘wezenskenmerk’ aanwezig is.

Een wezenskenmerk is een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking. Er hoeft dus geen belastingontwijking aanwezig te zijn, het volstaat dat er een indicatie aanwezig is.

Deze kenmerken zijn onderverdeeld in 5 categorieën:

  • de categorie A omvat de algemene wezenskenmerken die aan de 'main benefit test' zijn gekoppeld
  • de categorie B omvat de specifieke wezenskenmerken die aan de 'main benefit test' zijn gekoppeld
  • de categorie C omvat de specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties
  • de categorie D omvat de specifieke wezenskenmerken in verband met automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang
  • de categorie E omvat de specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen.

De grensoverschrijdende constructies die voldoen aan wezenskenmerk A, B of C1, b), 1ste streepje, c) of d) moeten bovendien voldoen aan de main benefit test (MBT) opdat ze meldingsplichtig zouden zijn.

De ‘MBT’. Wat is dat?

Aan deze MBT (main benefit test) is voldaan als kan worden aangetoond dat gelet op alle relevante feiten en omstandigheden het belangrijkste voordeel of één van de belangrijkste voordelen die van een constructie redelijkerwijs kan worden verwacht, het verkrijgen van een belastingvoordeel is.

Om na te gaan of er een belastingvoordeel is, moet de door de belastingplichtige verschuldigde belasting rekening houdend met de constructie worden vergeleken met het bedrag dat dezelfde belastingplichtige in identieke omstandigheden verschuldigd zou zijn in afwezigheid van de betrokken constructie.

Is dat niet enkel een probleem voor mijn adviseur?

De nieuwe artikels leggen de meldingsplicht niet enkel op aan de adviseurs. In veel gevallen zal deze verplichting rechtstreeks of onrechtstreeks verschuiven naar de belastingplichtige zelf. Minstens zal de belastingplichtige hier in vele gevallen bij betrokken zijn of minstens over geïnformeerd worden.

De intermediairs of de relevante belastingplichtigen van grensoverschrijdende constructies die onder ten minste één van de in de wet opgenomen wezenskenmerken vallen en die aan de 'main benefit test' voldoen, wanneer dit criterium van toepassing is, hebbende de verplichting om deze binnen een bepaalde termijn te melden aan de Belgische fiscale administratie.

Er zijn 2 categorieën intermediairs:

1ste categorie: Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert (= promotor).

2de categorie: Iedere persoon die weet of redelijkerwijs kon weten dat hij, rechtstreeks of via andere personen, heeft toegezegd hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie (= service provider, hierna dienstverlener).

De relevante belastingplichtige is elke  persoon  voor  wie  een  meldingsplichtige grensoverschrijdende  constructie  beschikbaar  wordt gemaakt  voor  implementatie,  of  die  gereed  is  om  een  meldingsplichtige  grensoverschrijdende constructie te implementeren of de eerste stap van een dergelijke constructie heeft geïmplementeerd.

Wanneer moet ik zelf melden als belastingplichtige?

Bepaalde intermediairs (denk maar aan advocaten, accountants, belastingconsulenten,…) kunnen ontheven zijn van de meldingsplicht met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Dit is met name het geval wanneer de meldingsplicht een inbreuk zou vormen op het beroepsgeheim van de intermediair dat haar grondslag kent in een wettelijke bepaling en conform het nationaal recht van die lidstaat.

Wanneer een intermediair zijn beroepsgeheim inroept, rust de meldingsplicht op:

  • de andere intermediair(s) als er meer dan één intermediair is;
  • de relevante belastingplichtige.

De intermediair die het beroepsgeheim inroept, moet, schriftelijk en gemotiveerd:

  • de eventuele andere intermediair(s) of
  • bij afwezigheid van deze laatste(n), de relevante belastingplichtige op de hoogte brengen dat de meldingsplicht op hen/hem rust.

In ieder geval wanneer een intermediair betrokken bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie oordeelt dat hij gebonden is door het beroepsgeheim, dan moet hij de relevante belastingplichtige of de andere intermediair(s) op gemotiveerde wijze informeren over het feit dat hij zijn meldingsplicht niet kan vervullen omwille van zijn beroepsgeheim.

In die omstandigheden dient de relevante belastingplichtige de melding zelf te doen. Niets belet uiteraard dat zijn adviseur (intermediair) de relevante belastingplichtige bijstaat in deze technische aangelegenheid ter voorbereiding van de melding. Uw adviseur kan zelfs – mits bijzonder mandaat – in uw naam en voor uw rekening deze melding doen.

Wat is de timing?

Hoeveel tijd krijg ik om hierover na te denken ?

Er zijn zeer strikte termijnen na te leven.

Elke meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie waarvan men kennis, bezit of controle heeft, moet worden gemeld aan de Belgische bevoegde autoriteit binnen 30 kalenderdagen te rekenen vanaf het hierna vermelde geval dat het eerst plaatsvindt ('triggermomenten'):

  • de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie beschikbaar is gesteld (d.w.z. als deze voldoende geïnformeerd om te kunnen beslissen over de constructie) of
  • de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie gereed is voor implementatie of
  • het ogenblik dat de eerste stap in de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is ondernomen (ondertekening  van een akte, het  besluit  dat  tijdens  een  algemene vergadering  is  genomen  om  een grensoverschrijdende   constructie   te   implementeren,   het   opnemen   van   een verrichting in   de boekhouding,...).

Onverminderd de algemene termijn moet de persoon die hulp, bijstand of advies verstrekt met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldigingsplichtige grensoverschrijdende constructie de gevraagde inlichtingen verstrekken binnen 30 dagen te rekenen vanaf de dag nadat hij, rechtstreeks of via andere personen, hulp, bijstand of advies heeft verstrekt.

De eerste inlichtingen inzake marktklare constructies moeten medegedeeld worden binnen de 30 kalenderdagen vanaf de dag volgend op het ter beschikking stellen voor implementatie van de constructie. Dit is het geval wanneer de constructie op de markt wordt gebracht.

Daarenboven moet om de drie maanden een periodiek verslag opgesteld worden met een overzicht van nieuwe meldingsplichtige inlichtingen die sinds het laatst ingediende verslag beschikbaar zijn geworden. Het eerste periodiek verslag moet dus ingediend worden binnen de 3 maanden te rekenen vanaf de dag volgend op de eerste rapportering van de marktklare constructie (de eerste rapportering van de marktklare constructie dient te gebeuren binnen de 30 dagen volgend op het “triggermoment”, zie eerste alinea van dit onderdeel).

Is dit al van toepassing?

Ja en nee.

De wetgeving is in principe in werking getreden vanaf 1 juli 2020. Door de COVID-19 pandemie werd de effectieve toepassing ervan met 6 maanden uitgesteld, tot 1 januari 2021.

Deze wetgeving werkt evenwel ook deels retroactief :

  • grensoverschrijdende constructies opgericht of gewijzigd tussen 01.07.2020 en 01.01.2021 :
    • De termijn van 30 dagen begint pas te lopen vanaf 1 januari 2021 voor :
      • meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies die tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020 ofwel ter beschikking zijn gesteld voor implementatie, ofwel gereed zijn voor implementatie ofwel waarvan de eerste stap in de implementatie is ondernomen
      • intermediairs die tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020 rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie.
    • Een eerste periodiek rapport over een marktklare constructie moet uiterlijk op 30 april 2021 gerapporteerd worden.
  • grensoverschrijdende constructies opgericht of gewijzigd vanaf 01.01.2021:
    • hiervoor zijn de normale rapporteringstermijnen van toepassing
  • grensoverschrijdende constructies opgericht tussen 25.06.2018 en 01.07.2020:
    • voormelde grensoverschrijdende constructies moeten uiterlijk gemeld worden tegen 28 februari 2021.

Zijn er sancties verbonden aan deze meldingsplicht?

Zowel een onvolledige melding als geen melding of een laattijdige melding worden bestraft met een boete van 1.250,00 EUR tot 100.000,00 EUR.

Verdere toelichting

Voor meer details over deze wetgeving kan u steeds contact opnemen met de verantwoordelijke voor de DAC6 rapportering: An Lettens, Partner Tax & Legal Services | Business & International Tax, via an.lettens@moore.be of T | +32 (0)3 210 85 68.    

Neem contact op met één van onze adviseurs
An Lettens
An Lettens
Partner Tax & Legal Services